Een aardbeving in Japan vorige maandag veroorzaakte heel wat dodelijke slachtoffers en gewonden en ook stoffelijke schade: bijna driehonderd gebouwen gingen tegen de vlakte, wegen en bruggen raakten beschadigd en in de grond zaten scheuren tot een meter breed. Het was de zwaarste beving in Japan sinds 1995 in de westelijke stad Kobe.
De stad Kashiwazaki is het zwaarst getroffen. Een kerncentrale bij de stad sloeg bij het begin van de beving automatisch af, maar in de buurt van één van de vier kernreactoren brak brand uit. Eerst werd gezegd dat de reactoren niet beschadigd waren en dat er geen radioactiviteit was vrijgekomen, maar nu blijkt dat weldegelijk radioactief water te zijn gelekt en in zee terecht te zijn gekomen.
De huidige kerncentrales zijn vrijwel alle van de tweede generatie, terwijl de kerncentrale van Kashiwazaki er één is van de derde generatie – het is een “Advanced Boiling Water Reactor” (ABWR), een zogezegd veiliger type dan voorheen. De veiligheid van kerncentrales is gebaseerd op het ‘defense in depth’ principe. Dat kent drie verdedigingslinies: voorkomen dat een incident kan plaatsvinden, een incident zo snel mogelijk onder controle brengen, en tot slot de gevolgen van een incident beperken. Bij de generatie II-centrales ligt de nadruk meer op de laatste twee punten, terwijl bij de generatie III-centrales ook de eerste twee punten meer aandacht krijgen.
De veiligheid van nucleaire installaties kan uiteraard verder verbeterd worden, maar inherente veiligheid is niet te bereiken. Zoals elk industrieel proces blijft een kerncentrale afhankelijk van de menselijke factor, en daarom wil en kan ook het Internationaal Atoomagentschap (IAEA) de term “inherent veilig” niet meer gebruiken. En een aardbeving voorkomen kan de mens vooralsnog al evenmin.
100% veilige kerncentrales bestaan dan ook enkel als schets op de tekentafel van optimistische ingenieurs.
Update 17 juli 2006:
De aardbeving in Japan heeft ergere gevolgen gehad dan eerst gedacht. Duizenden mensen zijn getroffen door de aarbeving en werden ondergebracht in evacuatiecentra. Velen moeten het stellen zonder stroom en water.
De Japanse overheid heeft nu een onderzoek bevolen naar een mogelijk tweede radioactief lek in de Kashiwazaki Kariwa kerncentrale. Eerder al bleek radioactief water van de centrale in zee te zijn gelekt, en nu blijkt dat zo’n 100 vaten met laagradioactief afval door de aarbeving zijn omver gevallen. Van sommigen is het deksel geopend.
De veiligheid van de Japanse kerncentrales is al meermaals bekritiseerd, omwille van de vele aardbevingen in de rigio, maar ook omwille van de te lakse veiligheidscultuur en de karaktertrek om incidenten niet openbaar te maken.
Update (2) 17 juli 2006:
De Japanse regering beraadt zich dinsdag over een betere beveiliging van de kerncentrales tegen aardbevingen. Maandag veroorzaakte een zware aardschok in Japan een lek in reactor nummer 6, waardoor radioactief water in de zee vloeide. Er brak ook brand uit in een transformator en naar verluidt vielen zo’n 100 vaten met nucleair afval om. Dinsdag gaf Tokyo Electric Power (Tepco), dat de kerncentrale uitbaat, toe dat er ook radioactiviteit is ontsnapt uit reactor 7. En intussen blijkt dat er radioactieve kleren en handschoenen op de grond gevallen zijn bij de aardbeving.
Er is nu een onderzoek aan de gang naar de risico’s. Minister van Economie Amari uitte kritiek op het feit dat slechts heel laat het nucleaire lek werd gemeld, maar ook op het feit dat de brand in de transformator maar langzaam bestreden werd. De minister gaf Tepco de opdracht de kerncentrale te sluiten totdat een aantal controles is gebeurd. Tepco kreeg ook een berisping van de Japanse regering. “Ik erken dat onze bluswerken niet helemaal efficiënt verlopen zijn”, zo excuseerde Tsunehisa Katsumata, de voorzitter van Tepco, zich. De beursnotering van het bedrijf daalt ondertussen flink in waarde.