Ik ben een bijna-vegetariër; enkel nog af en toe een visje, maar ik eet al lang weinig tot geen vlees meer.
Varkensvlees heb ik vrij vlug van het menu geschrapt. Deels komt dat door een half jeugdtrauma. Op de lagere en middelbare school kregen we namelijk minstens wekelijks varkenslapjes geserveerd als middagmaal, meestal vergezeld van te lang gekookte aardappelen en onsmakelijke boontjes in een niet te definiëren bruine vleesjus. “Schoenlappen” noemden we die taaie en bijzonder onsmakelijke lappen vlees, en wanneer de refter grondig werd schoongemaakt, vond het onderhoudspersoneel vanalles terug achter de verwarming
Ik heb varkensvlees echter volledig van het menu geschrapt na het zien van een film over het leven van varkens in de Westerse intensieve bio-industrie. Zeugen hebben geen bewegingsvrijheid en liggen in nauwe kooien op roosters. Seks is er ook al niet bij, voortplanting gebeurt door kunstmatige inseminatie. Bij jonge biggen wordt zonder pardon de staarten afgeknipt. Heel hun leven hebben de dieren stress, omdat de leefomstandigheden op geen enkele manier rekening houden met hun behoeften.
Maar wat ik ontzettend onethisch en not done vond: kort na de geboorte worden mannelijke biggetjes gecastreerd. Omdat enkel winst telt, gebeurt dat niet professioneel, door dierenarts onder verdoving. Neen, de varkensboer grijpt zo’n biggetje bij de achterpoten, klemt dat goed vast tussen de flinke boerendijen, neemt een niet gesteriliseerd mesje, snijdt zonder verdoving in de teelballen en floept de balletjes eruit. Beetje ontsmettingsmiddel erop, en klaar is kees.
Onnodig te zeggen dat de ingreep bijzonder pijnlijk is en vaak infecties veroorzaakt. De biggen maken tijdens het castreren zo’n lawaai dat de boeren verplicht zijn met oorbeschermers te werken, omdat hun gehoor anders beschadigd wordt.
De boer castreert de biggen omdat als een volwassen, mannelijk varken geslacht wordt als het 120 kg weegt, er bij het bakken van het vlees de zogenaamde berengeur kan onstaan. Wanneer men varkens slacht op 80 kg wegen, komen de hormonen die de ‘berengeur’ veroorzaken niet vrij en blijft de geur achterwege . Slachten op 80 kg dat is volgens de varkenshouderij echter economisch niet haalbaar. En de ingreep pijnloos en professioneel laten doen door een dierenarts zou ook al het failliet van de varkenshouderij veroorzaken.
Nonsens natuurlijk, want castratie van biggen is niet nodig. In sommige landen worden biggen helemaal niet gecastreerd. Wetenschappers én boeren weten bovendien heel goed hoe het ontstaan van de ‘beregeur’ in de praktijk voorkomen kan worden, zonder extreme pijn voor de dieren.
Ik ben dan ook echt blij met de campagne die Gaïa nu voert tegen biggencastratie. Het is een vrij brave campagne geworden, maar wel origineel, met onder meer een song van Pigs in Pain, inclusief samples van krijsende biggen.
De varkenssector echter laat zich bij monde van Hubert Willems van het Algemeen Boerensyndicaat van haar gemeenste en eingelijk ook wel domste kant zien. In een opiniestuk in De Standaard (30 november) lees ik “Vorig jaar was er de actie tegen foie gras en dit jaar wil Gaia met het castratiedossier de varkenssector in een slecht daglicht stellen en zo de consumptie van varkensvlees naar een dieptepunt brengen (…) Een one issue-groepering als Gaia of de Partij voor de Dieren is niet meer dan een fundamentalistische groepering die haar visie over één bepaald onderwerp aan iedereen wil opleggen. En waar politiek fundamentalisme kan toe leiden kan iedereen dagelijks zien in de nieuwsberichten”. En verder nog wat blabla over het teloorgaan van onze democratie.
Excuseer? Dierenrechtenorganisaties vergelijken met terroristen gaat voor mij meer dan één brug te ver. “Wie zijn eigen sector verwart met de democratie als dusdanig, wie ideologische tegenstanders op één lijn plaatst met moslimterroristen en het Vlaams Belang, die verdient het niet om voorzitter te zijn van een maatschappelijke drukkingsgroep.” stelt Tom Naegels terecht in De Standaard van 2 december. En verder nog: “Met vijanden als deze, wie heeft er nog vrienden nodig? Je zou nog denken dat Hubert Willems betaald wordt door Gaia, gewoon, om te laten zien wat voor idioten het opnemen voor de vleesindustrie.”
Goed gezegd, Tom. Dierenwelzijn wordt steeds belangrijker, ook voor consumenten. Dat veehouders dat nog steeds niet beseffen, doet meer kwaad voor hun winstmarges dan de campagnes van de dierenrechtenactivisten. Hopelijk wordt de rondetafel biggencastratie georganiseerd door minister Leterme meer dan wat show en pre-electorale positionering, en stemt een meerderheid in het Vlaams parlement voor een verbod op onverdoofde biggencastratie.


Dat er in de slachtindustrie ontoelaatbare zaken gebeuren staat buiten kijf. Maar daarom het eten van vlees laten, wat impliceert dat je de hele sector over één kam scheert, is me toch enkele bruggen te ver.
Gedurende heel m’n jeugd heb ik heel wat schapenvlees gegeten. Het kwam van schapen die we zelf hielden, die een luxeleven hadden en die pas op volwassen leeftijd werden geslacht. Slechts heel af en toe werd een lam geslacht. Het hormonenvrij vlees was bijzonder lekker.
En ook nu kan vlees me flink smaken. Geef me maar wat pata negra of jamón serrano of een lekker stukje paardevlees of wild. Vegetariërs, met alle respect voor hun overtuiging, weten niet wat ze missen…
Dag Herman
Vegetarisme is een levensstijl, geen overtuiging. Ik eet ook steeds wat de pot schaft en zal niet moeilijk doen als mijn gastheren of -vrouwen iets anders voorschotelen. Maar zelf maak ik alleen nog heel uitzonderlijk iets klaar met vlees.
Ik ben ook opgegroeid met zelfgekweekte konijnenbillen en kippenbouten. Maar bijna alles wat vandaag in de winkel te vinden is, komt van de intensieve bio-industrie. Het gaat niet alleen om het slachten maar om de gehele levensloop van de dieren. De vleesindustrie in Europe is bijzonder dieronvriendelijk en daar spendeer ik mijn geld dus niet aan. Als consument is dat mijn goed recht.
Vegetariërs missen helemaal niets. De vegetarische keuken is zeer gevarieerd, ontzettend lekker en ook nog eens gezond.
Zowat alle hart- en vaatziekten in ons land zijn het gevolg van te veel (rood) vlees eten. De eerste richtlijn die hartpatiënten krijgen is minder vlees eten.
Wie vlees laat voor wat het is, vermindert ook drastisch zijn of haar ecologische voetafdruk. Want het produceren van die biefstuk of dat varkenslapje neemt enorm veel plaats in en is erg energieverslindend.
Het is ronduit belachelijk om te zeggen dat veganisten/vegetariërs niet weten wat ze missen. Wij zullen zonder problemen toegeven dat vlees ongelooflijk lekker kan smaken, maar we doen het niet voor de smaak of voor gastronomische redenen allesbehalve. Niet dat ik wil zeggen dat mijn veganistisch koken niet lekker is, integendeel zelfs. Het gaat er bij dierenrechten ook niet om dat het beestje goed geleefd heeft of niet. “No bigger cages, empty cages!” is zo een beetje de kern achter het niet-vlees eten uit ethische principes.
Vissen lijden trouwens eveneens ongelooflijk hard, dus als je vlees zou laten omdat er teveel pijn wordt toegebracht aan dieren, laat dan vis, koe en alle andere vlees ook. Winkels verkopen geen vlees of vis dat niet van ‘gemartelde’ dieren komt als ik zo mag zeggen.
Mijn excuses trouwens als ik bot of grof overkwam. Las net mijn bericht na en is misschien wat hard, maar ben al te lang activist om er niet op te reageren
Ik ben zelf vegetariër en inderdaad, als vegetariër kom je niets te kort. Dat is een realiteit. Het gaat ook niet over het al dan niet lekker zijn van vlees. Dat is niets meer dan een subjectief gegeven, volledig afhangend van smaak en is niet een ethisch argument.
In de eerste plaats gaat het erom of het ethisch verantwoord is. Het is inderdaad waar dat biologische veeteelt beter is dan de zogenaamde bio-industrie. Ik scheer niet iedereen over dezelfde kam. En als iemand toch vlees wil eten dan raad ik vooral aan om bio-vlees te kopen, zo steun je ook die boeren en vooral ook om minder vlees te eten. Maar ook bij de biologische veeteelt kan je je ethische vragen stellen. En niet in het minste met het doden van de dieren zelf. Dit is uiteindelijk altijd nog een leven kapot maken, en dit alleen maar voor smaak. Niet omdat het noodzakelijk is. Doden omwille van smaak is iets wat ethisch moeilijk te verdedigen is.